Wat artikel 1.04 concreet vraagt
Ook zonder uitdrukkelijk voorschrift neem je de maatregelen die goed zeemanschap of de omstandigheden vereisen: geen levens in gevaar brengen, geen schade aan schepen, oevers of oeverwerken, en de vlotte doorgang van de scheepvaart niet hinderen. In de praktijk: vaart minderen bij het passeren van een klein bootje (golfslag), extra afstand houden van zwemmers ook zonder bord, en je snelheid aanpassen in een haven. Geen van die situaties heeft een eigen regel; je wordt geacht zelf in te schatten wat verstandig is.
Wanneer je van de regels mág afwijken
Artikel 1.05 werkt de andere kant op: in het belang van de veiligheid mag je van het reglement afwijken als de bijzondere omstandigheden dat vereisen. Voorbeeld: jij hebt voorrang, maar de ander reageert niet en een aanvaring dreigt; dan wijk je uit, ook al "mocht" je rechtdoor.
Hoe het examen dit toetst
Examenvragen gebruiken 1.04 en 1.05 als vangnet: een situatie waar geen specifieke vaarregel precies past, om te toetsen of je de norm begrijpt. Wie alleen regels stampt, mist deze vragen; wie de logica snapt, redeneert zich erdoorheen.
VoorrangsregelsOefenvragen veiligheid