Hoe bepaal je of je opvaart of afvaart?
De Nederlandse binnenwateren gebruiken het laterale stelsel uit BPR bijlage 8 (gebaseerd op SIGNI). De basis is een vaste kijkrichting, niet jouw eigen koers: op rivieren is die richting stroomafwaarts (in getijdengebied de richting van de ebstroom), op kanalen ligt hij per vaarweg vast, doorgaans van het hogere naar het lagere pand. Rechts van die vaste kijkrichting ligt de rode, stompe betonning; links de groene, spitse. Dat is een geografisch gegeven en verandert niet met jouw vaarrichting mee.
Vaar je óp (tegen de stroom in), dan kijk je de andere kant op dan die vaste richting, en ligt rood dus aan jouw bakboord. Twijfel je onderweg: kijk naar de tonnennummering (rood even, groen oneven, oplopend in de vaste richting) of pak de vaarkaart.
Kleuren en vormen
Rode betonning: stompe vorm, topteken rode cilinder, even nummers.

Groene betonning: spitse vorm, topteken groene kegel met de punt omhoog, oneven nummers.

Ezelsbruggetje van vaarscholen: GRAS; Groen Rechts Aan Stuurboord, bij opvaren. Klopt dat, dan klopt de rest vanzelf.
De klassieke instinker: bij afvaren denk je andersom
Veel kandidaten leren "rood is bakboord" als vaste regel en passen dat ook afvarend toe. Fout. Denk eerst: vaar ik op of af? Opvaren: rood aan bakboord, groen aan stuurboord. Afvaren: rood aan stuurboord, groen aan bakboord. Op een rivier voel je het aan de stroming; op een kanaal helpen nummering en kaart.
Wat verandert er op ruim water?
Op open water zoals de Waddenzee en de Westerschelde geldt het maritieme IALA-A-stelsel, met daarbovenop kardinale betonning: tonnen die geen vaarwaterzijde markeren maar een gevaar, waarbij naam en topteken aangeven aan welke windzijde je er veilig langs kunt. Dat is KVB2-stof; zie de pagina over kardinale betonning.
Oefenvragen betonningKardinale betonning